Rb. Den Haag 10 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14817
De Gemeente is in 1946 eigenaar geworden van de collectie in het Brediusmuseum op de Prinsegracht door aanvaarding van het door [erflater] verstrekte legaat met daaraan verbonden een last (hierna: het legaat). Het museum Bredius is sinds 1990 gevestigd aan de lange Vijverberg in Den Haag. Over dit legaat is eerder tussen eiser 1 en de Gemeente geprocedeerd. [eisers] vorderen in deze procedure met name om het legaat vervallen te verklaren en de collectie aan hen als erfgenamen af te geven. Zij menen dat de Gemeente c.s. in ernstige mate de last schenden. De Gemeente c.s. hebben betwist dat zij de aan de last verbonden voorwaarden hebben geschonden dan wel dat zij de gelegateerde werken op enige manier zouden veronachtzamen. De rechtbank wijst de vorderingen van [eisers] af.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 81 RO
- Artikel 4:131 BW4
- Artikel 4:134 BW4
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 10:7 BW10
- Artikel 10:159 BW10
- Artikel 4 EEX
Aangehaalde uitspraken
- HR 29 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1597
- Conclusie A-G Vlas 30 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:444
- Hof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:352
- Rb. Den Haag 26 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11413
- Rb. 's-Gravenhage 5 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL2269
- HR 18 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0683
- HR 16 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1057
- HR 14 oktober 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC3786