Art. 16d WTU-BES, Ongewenstverklaring
Wet toelating en uitzetting BES (WTU-BES)
1. De vreemdeling kan door Onze Minister ongewenst worden verklaard:
a. indien hij geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend heeft en hij bij herhaling een bij deze wet strafbaar gesteld feit heeft begaan;
b. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem ter zake de maatregel als bedoeld in artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is opgelegd;
c. indien hij geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend heeft en een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
d. ingevolge een verdrag; of
e. in het belang van de internationale betrekkingen.
2. Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Staatscourant.
3. De ongewenst verklaarde vreemdeling kan geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend hebben in de openbare lichamen. Hij kan evenmin toestemming hebben om de beslissing omtrent een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in de openbare lichamen af te wachten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:990
- ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1246
- Rb. Den Haag 28 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:871
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 september 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:103
- ABRvS 30 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:928
- Rb. Den Haag 26 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7617
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 5 augustus 2024, ECLI:NL:OGEAM:2024:52
- Rb. Den Haag 26 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7615
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 november 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:199
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 oktober 2015, ECLI:NL:OGHACMB:2015:13
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 oktober 2015, ECLI:NL:OGHACMB:2015:12
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 28 november 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:284