Art. 29 Wpol, (toepasselijkheid Awb)
1. Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 25 of 28 geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
3. In klachtprocedures waarbij de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 9:31 van de Algemene wet bestuursrecht worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken aan de Nationale ombudsman met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslissen dat artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van die wet buiten toepassing blijft.
4. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie heeft beslist dat artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft en de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen worden verplicht tot het overleggen van stukken, wordt volstaan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken. Van de desbetreffende stukken wordt op generlei wijze een afschrift vervaardigd.
5. In procedures inzake beslissingen als bedoeld in het eerste lid waarbij de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 8:27, 8:28 of 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslissen dat artikel 8:29, derde tot en met vijfde lid, van die wet buiten toepassing blijft. Indien aan de rechtbank stukken dienen te worden overgelegd, wordt alsdan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken volstaan. Van de desbetreffende stukken wordt op generlei wijze een afschrift vervaardigd. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie de rechtbank mededeelt dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken, kan de rechtbank slechts met toestemming van de andere partijen mede op grondslag van die inlichtingen of stukken uitspraak doen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 3 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2287
- ABRvS 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:265
- Rb. Den Haag 20 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2730
- ABRvS 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1504
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4765
- ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1982
- Rb. Midden-Nederland 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:613
- ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1983
- Rb. Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8292
- ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:926
- ABRvS 25 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3273
- ABRvS 27 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ2630
- Rb. Utrecht 29 maart 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1126
- Rb. 's-Hertogenbosch 30 mei 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7115
- Rb. 's-Hertogenbosch 25 februari 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BM0090
- Rb. Roermond 28 maart 2011, ECLI:NL:RBROE:2011:BQ0001
- Rb. Roermond 25 februari 2011, ECLI:NL:RBROE:2011:BP6001
- Rb. Midden-Nederland 23 december 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6281
- Rb. Midden-Nederland 28 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5950
- Rb. Middelburg 7 november 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BY3879