Rb. Midden-Nederland 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:613
Eiser is sinds 1994 werkzaam bij de politie. In 1999 heeft hij de ambtsbelofte afgelegd. De Officier van Justitie heeft op grond van hem bekende informatie besloten een strafrechtelijk onderzoek naar eiser te laten instellen vanwege het mogelijk handelen in strijd met zijn ambtsplicht en het mogelijk schenden van zijn ambtsgeheim. Eiser heeft aangevoerd dat de gegevens die in het kader van het strafrechtelijk onderzoek zijn opgenomen in het door het BVI/BI opgebouwd en opgesteld onderzoeksrapport en waarop het besluit tot ontslag steunt, buiten beschouwing dienen te worden gelaten, nu die gegevens zijn verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat op de in het kader van het strafrechtelijk onderzoek verkregen gegevens als opgenomen in het onder het BVI/BI berustend onderzoeksrapport de Wpg van toepassing is. Gesteld noch gebleken is van een bepaling in de Wpg dan wel in de Wjsg die zich ertegen verzet dat als een van deze regimes op gegevens van toepassing is de gegevens niet meer op grond van het andere regime verstrekt mogen worden. Van strijd met artikel 8 van het EVRM is geen sprake. Verweerder heeft derhalve de gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek aan de besluitvorming in het kader van de disciplinaire bestraffing ten grondslag mogen leggen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat eiser de hem verweten gedragingen heeft begaan. Dat eiser van mening is dat deze gedragingen zouden behoren tot het uitoefenen van zijn politietaak kan hem niet baten. Hij wist en behoorde te weten dat hij deze gegevens uit de politiesystemen, waarin vertrouwelijke en geheime gegevens staan, niet aan derden mocht doorgeven. Verweerder heeft deze gedragingen terecht heeft aangemerkt als zeer ernstig plichtsverzuim. De rechtbank is niet gebleken van omstandigheden waarin het zeer ernstig plichtsverzuim eiser niet kan worden toegerekend. Verweerder was, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dan ook bevoegd om eiser de disciplinaire straf van ontslag op te leggen. Van schending van artikel 6 van het EVRM is geen sprake. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 94 Gw
- Artikel 311 Sr
- Artikel 125n Sv
- Artikel 126dd Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 365 Sv
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:91 Awb
- Artikel 76 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 77 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 84 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 94 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 1 Wpol
- Artikel 3 Wpol
- Artikel 15 Wpol
- Artikel 16 Wpol
- Artikel 29 Wpol
- Artikel 2:13 Bpg
- Artikel 3 Politiewet 2012
- Artikel 4 Politiewet 2012