ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:926

[appellant] heeft op 21 oktober 2019 beroep ingesteld tegen een beslissing van de korpschef van politie van een onbekende datum. [appellant] heeft op 3 september 2019 een verzoek ingediend waarin hij de korpschef verzoekt een aantal vragen te beantwoorden over hem betreffende politiegegevens die de korpschef aan de Duitse politie ter beschikking heeft gesteld. Naar aanleiding van het verzoek heeft [appellant] op grond van de Wet Politiegegevens gedeeltelijke inzage verkregen in een e-mail met [appellant] betreffende politiegegevens die de korpschef op 26 mei 2018 naar de Duitse politie heeft verstuurd. Vervolgens heeft [appellant] beroep ingesteld tegen de beslissing van de korpschef "van onbekende datum, genomen ergens voorafgaande of op 26 mei 2018". Hierbij doelt [appellant] op de beslissing om een e-mail met [appellant] betreffende politiegegevens te gaan versturen aan de Duitse politie. Daarover gaat het in deze zaak. Het gaat dus niet om de inhoud van de e-mail van 26 mei 2018 en ook niet over de vraag of de in die e-mail verstrekte informatie rechtmatig is verwerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen