Art. 26 Wpol, (formaliteiten)
1. Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 25 en 28 draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de persoon die het verzoek doet, kan hij de nodige aanvullende informatie vragen ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene.
2. De verzoeken ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden worden gedaan door hun wettelijk vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijk vertegenwoordigers.
3. De verzoeken kunnen tevens worden gedaan door een advocaat aan wie de betrokkene een bijzondere machtiging heeft verleend met het oog op de uitoefening van zijn rechten krachtens deze wet en die het verzoek uitsluitend doet met de bedoeling de belangen van zijn cliënt te behartigen. De betrokken mededeling geschiedt aan de advocaat. De verantwoordelijke kan aan de bijzondere machtiging eisen stellen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:801
- ABRvS 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1868
- Rb. Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8292
- ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5809
- ABRvS 11 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3089
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1837
- Rb. Den Haag 30 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1229