Art. 2.3 Besluit inburgering, Vrijstellingen
1. Niet inburgeringsplichtig is degene die beschikt over:
a. het inburgeringsdiploma;
b. een op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger beroepsonderwijs, vwo, havo, mavo of vmbo, of middelbaar beroepsonderwijs vanaf niveau 2, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal;
c. een met een van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
d. een met een van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
e. een diploma, certificaat of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ten bewijze van afronding van een bij regeling van Onze Minister aangewezen opleiding, mits een voldoende behaald is voor het vak Nederlandse taal;
f. het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, bedoeld in het Statuut van de Europese school (Trb. 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald;
g. het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;
h. het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:
1°. niveau 2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven, en
2°. voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie:
– het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of
– een score van de MO-Profieltoets van ten minste: 85%, indien die toets is afgelegd voor 1 september 2001, respectievelijk 80%, indien die toets is afgelegd na 31 augustus 2001;
i. het certificaat, bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het niveau NT2 2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald;
j. het document, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432);
k. het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430);
l. een diploma of getuigschrift van een erkende internationale of Europese school waaruit blijkt dat het vak Nederlands is gevolgd op een niveau dat vergelijkbaar is met ten minste het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen en voor het vak Nederlandse taal een voldoende is behaald.
2. Bij regeling van Onze Minister kan worden voorzien in vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van andere diploma’s, certificaten of documenten dan genoemd in het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2628
- ABRvS 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:956
- Rb. Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:10206
- CRvB 27 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2155
- ABRvS 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:708
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1359
- Rb. Rotterdam 2 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8344
- Rb. Oost-Brabant 16 oktober 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:5223
- Rb. Noord-Holland 3 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:918
- Rb. Midden-Nederland 20 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4469
- Rb. Den Haag 15 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7735
- Rb. Den Haag 18 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2618
- Rb. Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1445
- Rb. Den Haag 16 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8570
- Rb. Arnhem 27 september 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO2945
- Rb. Arnhem 3 augustus 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN4414
- Rb. Amsterdam 8 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9665