ABRvS 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:956

Bij besluit van 29 januari 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant sub 2] een boete opgelegd van € 100,00 en bepaald dat [appellant sub 2] de aan hem verstrekte lening moet terugbetalen. Bij brief van 30 oktober 2015 heeft de minister [appellant sub 2] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is gestart op 1 november 2015 en hij had, met een verlenging, tot en met 28 november 2018 de tijd om in te burgeren. Aangezien [appellant sub 2] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister hem een boete opgelegd en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij besluit van 21 juni 2019 heeft de minister de boete gematigd tot € 83,00. Niet in geschil is dat [appellant sub 2] vijf van de zes examenonderdelen van het inburgeringsexamen tijdig heeft behaald, namelijk de onderdelen lezen, spreken, luisteren, luisteren, luisteren, schrijven en Kennis Nederlandse Maatschappij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken