Rb. Arnhem 27 september 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO2945

Eiser, afkomstig uit India en oudkomer in de zin van de Wet inburgering, komt tevergeefs op tegen de oplegging van de inburgeringsplicht na zijn weigering om een door verweerder aangeboden inburgeringsvoorziening te accepteren. Hoewel eiser aan een Nederlandse universiteit is gepromoveerd, sinds 2000 in Nederland verblijft en werkt en het certificaat Nederlands op ER-niveau B-1 heeft behaald aan een niet door de IB-Groep erkende scholingsinstelling, komt eiser niet in aanmerking voor vrijstelling of ontheffing. Voor het in de wet gemaakte onderscheid tussen niet EU-onderdanen en EU-onderdanen (inclusief onderdanen van staten behorende bij de EER, Zwitserland en landen met wie de verdragsrechtelijke verplichting is aangegaan om geen inburgeringsplicht op te leggen) bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt te beschikken over voldoende mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en evidente kennis van de Nederlandse samenleving als bedoeld in de wet. Eiser heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij blijvend niet in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het beroep wordt gegrond verklaard, omdat verweerder in strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb in bezwaar niet op alle gronden heeft beslist, met instandlating van de rechtsgevolgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen