Rb. Rotterdam 2 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8344
De CRvB heeft in zijn uitspraak van 27 mei 2016 geoordeeld dat zoals blijkt uit het arrest van het Hof in zijn algemeenheid niet gezegd kan worden dat de artikelen 5 en 11 van de Richtlijn in de weg staan aan het opleggen van de inburgeringsplicht aan derdelanders met een verblijfsstatus langdurig ingezetene. Dat een inburgeringsexamen met goed gevolg afgelegd moet worden om aan deze plicht te kunnen voldoen, is in beginsel evenmin in strijd met deze Richtlijn. Naar het oordeel van de rechtbank is vorenstaande eveneens van toepassing op de situatie van eiseres. Uit rechtsoverweging 3.2. en 3.3. volgt dat het standpunt van eiseres, dat aan haar als EG-langdurig ingezetene niet de inburgeringsplicht kan worden opgelegd, niet kan worden gevolgd.
De uitspraak op rechtspraak.nl