Art. 18 Wib, Maatschappelijke begeleiding
1. Het college voorziet in de maatschappelijke begeleiding van de inburgeringsplichtige die rechtmatig verblijf heeft op grond van een:
a. verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, of
b. verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij:
1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd,
2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of
3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2. De maatschappelijke begeleiding vangt aan op het moment dat de vreemdeling inburgeringsplichtig is en ingeschreven is in de basisregistratie personen, met dien verstande dat indien hij rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, het gaat om de inschrijving in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 is gehuisvest.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inhoud en vormgeving van de maatschappelijke begeleiding.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:975
- CRvB 27 februari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:363
- ABRvS 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:288
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1016
- Rb. Rotterdam 24 juli 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6529
- Rb. Overijssel 20 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3979
- Rb. Overijssel 20 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3978
- Rb. Amsterdam 24 december 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK9813
- CRvB 7 juli 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:1002