Art. 6:6 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot risicobeheersing door instellingen voor collectieve beleggingen in effecten

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Tegenpartijrisico dat voortvloeit uit een financieel derivaat dat niet op een

gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten wordt

verhandeld wordt onderworpen aan de in artikel 134 van het

besluit beschreven begrenzingen.

2. Indien een beheerder het door een icbe gelopen tegenpartijrisico overeenkomstig

de in artikel 134, tweede lid, van het

besluit beschreven begrenzingen berekent, gebruikt de beheerder de

positieve marktwaarde van het met de betrokken tegenpartij afgesloten contract

betreffende een financieel derivaat, bedoeld in het eerste lid. Een beheerder mag de derivatenposities van een icbe met eenzelfde tegenpartij

verrekenen, mits zij in staat zijn verrekeningsovereenkomsten met de tegenpartij

juridisch af te dwingen namens de icbe. Verrekening is enkel toegestaan met

betrekking tot financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, met dezelfde

tegenpartij en niet met betrekking tot andere risicoposities die de icbe jegens

dezelfde tegenpartij kan hebben.

3. Het tegenpartijrisico dat een icbe wegens een transactie in financiële

derivaten, bedoeld in het eerste lid, loopt, kan door middel van de ontvangst van

zekerheden worden beperkt. De ontvangen zekerheden zijn voldoende liquide zodat

zij snel kunnen worden verkocht tegen een prijs die hun waardering van voor de

verkoop sterk benadert.

4. Een beheerder neemt zekerheden in aanmerking bij de berekening van het in

artikel 134, tweede lid, van het

besluit bedoelde tegenpartijrisico wanneer de beheerder namens de icbe

zekerheden aan een tegenpartij in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid,

doorgeeft. Doorgegeven zekerheden mogen enkel op nettobasis in aanmerking worden

genomen indien de beheerder in staat is verrekeningsovereenkomsten met deze

tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe.

5. Een beheerder berekent de in artikel 134 van

het besluit bedoelde begrenzingen voor concentraties van beleggingen in

één uitgevende instelling overeenkomstig de benadering op basis van de aangegane

verplichtingen, op grond van het onderliggende risico dat uit het gebruik van

financiële derivaten voortvloeit.

6. Met betrekking tot het risico dat voortvloeit uit in artikel 134, derde lid, van het

besluit bedoelde transacties in financiële derivaten die niet op een

gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden

verhandeld, neemt een beheerder elk aan die financiële derivaten verbonden

tegenpartijrisico bij de berekening in aanmerking.