Art. 3 Wdov
Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wdov)
1. Het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, is gedagtekend en ondertekend en bevat de plaats waar en de datum en het tijdstip waarop het bevel ten uitvoer zal worden gelegd.
2. Het bevel omschrijft het misdrijf waarvoor de betrokken persoon is veroordeeld en vermeldt de strafbeschikking of het vonnis of arrest waarbij de veroordeling heeft plaatsgevonden.
3. Het bevel bevat voorzover mogelijk de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woon- of verblijfplaats van de veroordeelde.
4. Het bevel vermeldt het rechtsmiddel dat openstaat tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde, en de termijn waarbinnen dat rechtsmiddel kan worden aangewend.
5. Het bevel wordt aan de veroordeelde betekend door uitreiking overeenkomstig artikel 36e, eerste lid, onder b, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 29 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:16038
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7376
- Rb. 's-Hertogenbosch 14 november 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BG4917
- Rb. 's-Hertogenbosch 21 november 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BG4916
- Rb. Rotterdam 17 november 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU7070
- Rb. Roermond 3 november 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BO2819
- Rb. Noord-Nederland 20 juni 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3419
- Rb. Haarlem 10 december 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6966
- Rb. Den Haag 16 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5168
- Rb. Den Haag 28 februari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2143
- Rb. Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1128
- Rb. Alkmaar 27 januari 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BH1921
- Conclusie A-G Knigge 14 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:894