Art. 53 Wjz, Inzage in en het bewaren en vernietigen van bescheiden
1. De stichting kan, onverminderd de Wet bescherming persoonsgegevens, in de gevallen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, of indien dit voor de uitoefening van de taken genoemd in artikel 11, eerste lid, noodzakelijk is te achten, zonder toestemming van degene die het betreft persoonsgegevens verwerken.
2. De stichting kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid dan wel sprake is van een geval als bedoeld in artikel 7, zesde lid.
3. Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een stichting inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 19 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11303
- Conclusie A-G Aben 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6141
- Rb. 's-Gravenhage 23 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BX6364
- Rb. Rotterdam 1 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6861
- Rb. Limburg 15 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5148
- Conclusie A-G de Bock 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:553
- Conclusie A-G Vellinga 28 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6088
- Conclusie A-G Aben 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6144
- Conclusie A-G Aben 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6138