Art. 51 Wjz, Inzage in en het bewaren en vernietigen van bescheiden
1. Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, verstrekken de stichting en de zorgaanbieder aan anderen dan de cliënt geen inlichtingen over de cliënt, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden dan met toestemming van de cliënt.
2. Indien de cliënt minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij:
a. jonger is dan twaalf jaren, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
3. Onder anderen dan de cliënt zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking bij de toegang tot en de uitvoering van de jeugdzorg noodzakelijk is, alsmede degenen die zijn betrokken bij de voorbereiding of uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a tot en met d, doch slechts voor zover dit voor de medewerking bij de toegang, de uitvoering van de jeugdzorg of de voorbereiding of uitvoering van een maatregel noodzakelijk is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 2 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4300
- ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1140
- ABRvS 6 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3368
- ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1184
- ABRvS 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1895
- Rb. Rotterdam 14 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9427
- Rb. Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3523
- Conclusie A-G Vellinga 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:7
- Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BK4557