Conclusie A-G Vellinga 28 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6088

Beklag ex art. 552a Sv. Verschoningsrecht. De Rechtbank heeft bij de beoordeling van het klaagschrift de maatstaven aangelegd die in de jurisprudentie van de Hoge Raad zijn ontwikkeld m.b.t. het verschoningsrecht (vgl. o.m. HR LJN BG5979). De Rechtbank heeft overeenkomstig die maatstaven onderzocht of zich i.c. waarin het gaat om de verdenking van zeer ernstige (levens)delicten gepleegd m.b.t. een driejarig kind, zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die meebrengen dat het belang van de waarheidsvinding moet prevaleren boven het verschoningsrecht van de arts. De vraag of sprake is van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. I.c. heeft de Rechtbank o.m. vastgesteld dat het om een relatief beperkt aantal gegevens ging welke betrekking hadden op (de inhoud van) telefoongesprekken tussen de verdachten en medewerkers die werkzaam waren op een huisartsenpost van de klaagster, welke gesprekken waarschijnlijk uitlatingen behelzen van een of beide verdachten over hetgeen met het slachtoffer kort voor of ten tijde van zijn overlijden in medisch opzicht aan de hand zou zijn geweest en mogelijkerwijs ook over de oorza(a)k(en) daarvan, terwijl de Rechtbank daarnaast o.g.v. het verhandelde in raadkamer aannemelijk heeft geacht dat die gegevens niet op andere wijze konden worden verkregen. De Rechtbank is uiteindelijk tot de slotsom gekomen dat zich hier de eerder aangeduide zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Gelet op haar overwegingen heeft de Rechtbank de omstandigheid dat de moeder van het slachtoffer toestemming heeft gegeven tot kennisneming van de gegevens kennelijk niet van doorslaggevende betekenis geacht, doch slechts beschouwd als een van de relevante factoren voor de beoordeling van de zaak. Daaraan stond niet in de weg dat de moeder t.t.v. het geven van haar toestemming a.g.v. het overlijden van het slachtoffer niet meer zijn wettelijk vertegenwoordiger was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen