Rb. Rotterdam 1 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6861

De bestreden besluiten zien op weigering van een drietal subsidies wegens het niet door eiseres ondertekenen van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (Meldcode) en het Samenwerkingsconvenant Stadsregionaal Instrument Sluitende Aanpak, Verwijsindex risico’s jeugdigen Rotterdam (SISA). In geding is onder meer of verweerder als bijzondere subsidievoorwaarde heeft kunnen stellen dat de Meldcode en het SISA door subsidieaanvragers moeten worden ondertekend en dat zij deze dienen te implementeren binnen de zorgstructuur van hun organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze bijzondere voorwaarde niet worden aangemerkt als een verplichting die strekt tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, zoals bedoeld in artikel 4:39, eerste lid, van de Awb. Gelet hierop en gezien het bepaalde in het tweede lid van dat artikel is het verplicht stellen van ondertekening van de Meldcode en het SISA alsmede de implementatie ervan in de organisatie slechts mogelijk indien deze subsidievoorwaarde betrekking heeft op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteiten worden verricht. Naar het oordeel van de rechtbank is het verband tussen de wijze waarop eiseres de preventieactiviteiten uitvoert waarvoor zij subsidie heeft aangevraagd en de ondertekening van de Meldcode en het SISA nagenoeg niet aanwezig. De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere subsidievoorwaarden zoals vastgelegd in de Nadere regels Meldcode en de Nadere regels SISA in strijd zijn met artikel 4:39, tweede lid, van de Awb, zodat de bestreden besluiten voor vernietiging in aanmerking komen. De beroepen zijn derhalve gegrond. Verweerder zal opnieuw dienen te beslissen op de bezwaren van eiseres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen