Art. 6.5b VB, Inreisverbod
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. Onze Minister kan op aanvraag het inreisverbod dat is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, tweede lid, van de Wet, opheffen indien de vreemdeling aantoont Nederland geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Wet, te hebben verlaten.
2. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister op aanvraag het inreisverbod opheffen, indien de vreemdeling aantoont dat hij sinds zijn vertrek uit Nederland na het inreisverbod een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten Nederland heeft verbleven en hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is.
3. De gegevens, bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die de vreemdeling bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, verstrekt, zijn in ieder geval:
a. een schriftelijke verklaring dat hij voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden voor opheffing van het inreisverbod;
b. een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn inreisverbod heeft gehouden;
c. een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn inreisverbod heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken;
d. een schriftelijke verklaring, afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten van de staat of staten waar de vreemdeling sinds zijn inreisverbod heeft verbleven, dat de vreemdeling zich tijdens dat verblijf niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en niet aan strafvervolging onderworpen is.
4. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing op de vreemdeling ten aanzien wie van de duur van het inreisverbod is bepaald met toepassing van artikel 6.5a, eerste of tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 30 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2538
- ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:622
- ABRvS 2 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:284
- Rb. Den Haag 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6877
- Rb. Den Haag 15 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20267
- Rb. Den Haag 1 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1285
- Rb. Den Haag 12 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11202
- Rb. Den Haag 21 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3555
- Rb. Den Haag 6 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14453
- Rb. Den Haag 17 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13714
- Rb. Den Haag 9 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7167
- ABRvS 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:533
- ABRvS 31 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2862
- Rb. Den Haag 15 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9862
- Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29161
- Rb. Den Haag 10 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28770
- Rb. Den Haag 29 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28503
- Rb. Den Haag 23 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6861
- Rb. Den Haag 12 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3902
- Rb. Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2640