Rb. Den Haag 15 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9862
Tussenuitspraak. Verweerder heeft eisers opvolgende asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Het was verweerder bekend dat eiser de kans wilde krijgen om te verklaren over zijn vrees voor de drugsbende. Desondanks heeft verweerder hem daartoe in het gehoor opvolgende aanvraag niet in de gelegenheid gesteld. De overige beroepsgronden slagen niet. De rechtbank biedt verweerder op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl