Rb. Den Haag 12 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3902
Het beroep is gericht tegen de afwijzing van het verzoek om opheffing van het aan eiser opgelegde inreisverbod voor de duur van tien jaren. Aan eiser is in 2013 artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen in verband met zijn activiteiten voor de cult Black Axe in Nigeria. Sindsdien heeft eiser in België verbleven. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van de minister, dat nog steeds sprake is van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving, niet berust op een deugdelijke motivering. Er is op onjuiste wijze toepassing gegeven aan het toetsingskader van het arrest van het Hof van Justitie van 2 mei 2018, in de zaken K. en H.F., ECLI:EU:C:2018:296. Beroep gegrond. De minister moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om opheffing van het inreisverbod.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 18 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4191
- ABRvS 1 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3479
- ABRvS 26 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2758
- ABRvS 26 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2759
- ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:880
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3017
- ABRvS 23 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2434
- ABRvS 15 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9111
- ABRvS 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1057
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:377
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:296