Art. 3.42 VB, Verlening onder beperking
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend onder een beperking verband houdend met het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst aan een vreemdeling die in de drie jaar direct voorafgaand aan de aanvraag:
a. aan een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs met goed gevolg een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding heeft afgerond;
b. wetenschappelijk onderzoek heeft verricht op basis van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 of onder de beperking arbeid als kennismigrant;
c. in Nederland een postdoctorale opleiding van ten minste twaalf maanden heeft afgerond;
d. een opleiding heeft afgerond in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid of een opleiding die wordt verzorgd in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of een Erasmus Mundus Masters Course heeft afgerond;
e. aan een bij ministeriële regeling aangewezen buitenlandse onderwijsinstelling een masteropleiding of een postdoctorale opleiding van ten minste twaalf maanden heeft afgerond of is gepromoveerd en:
1°. een minimale score heeft behaald van 6.0 bij het International English Language Testing System,
2°. een vergelijkbare minimale score heeft behaald in een Engelse taaltest zoals opgenomen in de Gedragscode internationale student hoger onderwijs,
3°. beschikt over een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021,
4°. beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit inburgering, of
5°. zijn masteropleiding of postdoctorale opleiding heeft genoten in het Engels of het Nederlands;
f. een bij ministeriële regeling aangewezen hoger onderwijsopleiding heeft afgerond.
2. De verblijfsvergunning wordt niet opnieuw verleend indien de vreemdeling op grond van het afronden van diezelfde opleiding of het verrichten van datzelfde onderzoek eerder houder is geweest van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
3. De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder k, van de Wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:575
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4298
- ABRvS 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1449
- ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:356
- Rb. Den Haag 11 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12630
- Rb. 's-Gravenhage 24 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6973
- Rb. 's-Gravenhage 15 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0255
- Rb. 's-Gravenhage 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3921
- Rb. 's-Gravenhage 12 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3400
- Rb. 's-Gravenhage 2 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8761
- Rb. Rotterdam 9 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4630
- Rb. Den Haag 3 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4563
- Rb. Den Haag 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12454
- Rb. Den Haag 30 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13892
- Rb. Den Haag 4 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12298
- Rb. Den Haag 6 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9815
- Rb. Den Haag 14 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3360
- Rb. Den Haag 13 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5679
- Rb. Den Haag 30 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4185
- Rb. Den Haag 16 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8570