Rb. 's-Gravenhage 2 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8761

Ingangsdatum verblijfsvergunning / studie. Naar het oordeel van de rechtbank kan artikel 26 Vw 2000 niet anders worden uitgelegd dan dat als de ingangsdatum van de verblijfsvergunning heeft te gelden de datum waarop aan de gestelde voorwaarden is voldaan èn zulks ook is aangetoond. Nu de verklaring pas na afloop van het studiejaar 2002-2003, is toegezonden, kan deze niet meer tot vergunningverlening voor dat studiejaar leiden. De rechtbank overweegt dat artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb 2000 als voorwaarde stelt dat de vreemdeling door middel van een schriftelijke verklaring aantoont dat hij als student is of zal worden ingeschreven. Eiser heeft in casu voor aanvang van het schooljaar aangetoond dat hij zal worden ingeschreven zodra het collegegeld is betaald en de vereiste verblijfsvergunning is verleend. Eiser stelt dat een dergelijke garantstelling, getekend door zijn partner, wel is overgelegd in een andere procedure, betreffende de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner. De rechtbank is van oordeel dat deze beide procedures afzonderlijke procedures zijn en dat eiser in elk afzonderlijk diende aan te tonen dat aan de voorwaarden voor vergunningverlening was voldaan. Echter, niet valt in te zien waarom verweerder eiser niet om de vereiste bewijsstukken heeft gevraagd, te meer daar de gemachtigde van eiser aan verweerder heeft gevraagd aan te geven of er nog nadere informatie nodig werd bevonden. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen