Rb. 's-Gravenhage 12 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3400

Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd / maximale studieduur / vertrouwensbeginsel De rechtbank stelt vast dat genoemde relevante bepalingen in het Vb 2000 geen voorwaarde dan wel vereiste behelzen inzake een maximaal toegestane verblijfsduur. De voorwaarde van de maximale verblijfsduur is slechts in beleid neergelegd. Gelet op verweerders toelichting ter zitting is niet in geschil dat in het onderhavige geval in ieder geval twee maal sprake is geweest van een , tegen het beleid ingaande, verlenging dan wel verlening van de gevraagde verblijfsvergunning. Naar het oordeel van de rechtbank is ontoereikend gemotiveerd dat het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen. Daarbij is van belang dat in het verleden niet slechts sprake is geweest van één enkele verlenging op grond van een misslag, maar dat in ieder geval twee maal, en mogelijk vaker, misslagen hebben plaatsgevonden. Ook acht de rechtbank hierbij van belang dat geen wettelijke bepaling in de weg staat aan de gevraagde verlenging. De voorwaarde van de maximale verblijfsduur is (slechts) in beleid vastgelegd, en van beleid kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb, worden afgeweken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen