Rb. 's-Gravenhage 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3921
Ex nunc-toets van middelenvereiste in bezwaar bij verblijfsvergunning studie De rechtbank is van oordeel dat verweerder inderdaad had moeten onderzoeken of eiser op het moment van het bestreden besluit van 7 augustus 2007 wel aan het middelenvereiste voldeed. Immers, uit artikel 3.75, eerste lid, van het Vb 2000 volgt dat bepalend is het moment waarop de beschikking wordt gegeven. Dat artikel 3.57 van het Vb 2000 vermeldt dat een verblijfsvergunning hoogstens voor één jaar wordt verleend, maakt het voorgaande niet anders. Immers, noch uit deze bepaling noch uit enige andere bepaling volgt dat dit één jaar vanaf de aanvraag moet zijn. Daar komt bij dat uit de aanvraag, anders dan verweerder in zijn verweerschrift stelt, niet valt af te leiden dat eiser een verblijfsvergunning expliciet voor het studiejaar 2005-2006 heeft aangevraagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl