Art. 55a VW, Bestuurlijke boete
1. Onze Minister kan bij een overtreding van de verplichtingen bij of krachtens artikelen 2a, derde lid, onder b, 2t, tweede en derde lid, 24a, tweede en derde lid, 54, eerste lid, onder a tot en met e en g, en tweede lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 3000 voor ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties en € 1500 voor natuurlijke personen. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de hoogte van de bestuurlijke boete.
2. Het rapport vermeldt in ieder geval de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen.
3. Onze Minister kan de bestuurlijke boete verhogen met 50%, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1425
- ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:619
- ABRvS 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1232
- ABRvS 26 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4108
- ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1958
- ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5621
- ABRvS 22 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2422
- Rb. Den Haag 1 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14768
- Rb. Den Haag 30 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13892
- Rb. Den Haag 5 augustus 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9542
- Rb. Den Haag 1 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12794
- Rb. Den Haag 18 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12792
- Rb. Den Haag 27 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1003
- Rb. Den Haag 30 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10150
- Rb. Den Haag 14 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3040