Art. 1.19 VB, Erkenning als referent
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager worden in ieder geval betrokken:
a. uitgesproken strafrechtelijke veroordelingen, aanvaarde transacties en uitgevaardigde strafbeschikkingen ter zake van een misdrijf, strafbaar is gesteld in de titels I, V, VII, VIII, IX, X, XI, XII, XIII, XIV, XVIII, XXIII, XXIV, XXV, XXVI, XXVIII, XXX en XXXA van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Opiumwet en de Wet wapens en munitie;
b. opgelegde boetes terzake van een op grond van de artikelen 67d, 67e en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 55a van de Vreemdelingenwet 2000, artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen en artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag beboetbaar feit;
c. op grond van artikel 28 van de Wet op de loonbelasting 1964 opgelegde verplichtingen tot het doen van een eerstedagsmelding.
2. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager wordt tevens betrokken dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum of een verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid van een vreemdeling voor wie als referent werd opgetreden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Widdershoven 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249
- ABRvS 18 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:173
- ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:619
- ABRvS 21 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:183
- Rb. Den Haag 1 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14768
- Rb. Den Haag 18 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12993
- Rb. Den Haag 18 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12792
- Rb. Den Haag 5 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2530