ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:619
Bij afzonderlijke besluiten van 1 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. [bedrijf] een boete opgelegd van € 20.000,00 en [appellante sub 2] een boete van € 12.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De staatssecretaris heeft daarnaast besloten tot openbaarmaking van inspectiegegevens. De door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtseed opgemaakte boeterapporten van 26 april 2019 houden in dat de Nederlandse Arbeidsinspectie in het kader van het toezicht op erkende referenten, als bedoeld in de Wet modern migratiebeleid, een onderzoek heeft ingesteld naar [bedrijf]. Deze eenmanszaak is met ingang van 28 juni 2018 overgedragen aan [appellante sub 2]. Uit een administratief onderzoek is gebleken dat drie vreemdelingen, van Russische nationaliteit, als kennismigranten werkzaam waren voor [bedrijf].
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 67d AWR
- Artikel 67e AWR
- Artikel 67f AWR
- Artikel 68 AWR
- Artikel 69 AWR
- Artikel 28 LB
- Artikel 18b Wml
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 2 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 18 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 19d Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 2a VW
- Artikel 14 VW
- Artikel 55a VW
- Artikel 1.9 VB
- Artikel 1.18 VB
- Artikel 1.19 VB
- Artikel 3.4 VB
- Artikel 3.30a VB
- Artikel 2 Hrw 2007
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1958
- ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2606
- ABRvS 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1232
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694
- ABRvS 18 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:173
- HR 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2655
- ABRvS 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0220
- ABRvS 3 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB4694