ABRvS 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1375
Bij besluit van 27 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzet van [appellant sub 2] tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens niet gerechtvaardigd geacht. De directeur van de Belastingdienst/Centrale administratie heeft bij brieven van 4 april 2013, 22 maart 2014, onderscheidenlijk 17 maart 2015, op verzoek van woningcorporatie De Alliantie, verklaringen over het huishoudinkomen van de bewoners op het adres [locatie] te [plaats] - waar [appellant sub 2] woont - over de jaren 2013, 2014 en 2015, verstrekt. De Alliantie heeft [appellant sub 2] bij brieven van 22 april 2013, 22 april 2014, onderscheidenlijk 28 april 2015, medegedeeld dat de huurprijs van de woning op voormeld adres per 1 juli van het desbetreffende jaar wordt verhoogd. Bij brief van 12 februari 2016 heeft [appellant sub 2] verzet aangetekend als bedoeld in artikel 40 van de Wbp tegen het verstrekken van de verklaringen over het huishoudinkomen op voornoemd adres.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:898
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:899
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:900
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:901
- ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4443
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4270
- ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2751
- ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253
- ABRvS 6 mei 1997, ECLI:NL:RVS:1997:AA6762