Art. 4.46 Wet IB 2001, Genietingstijdstip vervreemdingsvoordelen
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Vervreemdingsvoordelen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip van de vervreemding.
2. In geval van een vervreemding als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, wordt als tijdstip van genieten aangemerkt het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het ophouden van de binnenlandse belastingplicht.
3. Het voordeel bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel i wordt genoten op het tijdstip waarop de koopoptie is verleend.
4. Het voordeel bedoeld in artikel 4.28, tweede lid, wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de daadwerkelijk genoten termijnen – opgevat overeenkomstig artikel 4.43 – de geschatte overdrachtsprijs overschrijden. Het negatieve voordeel bedoeld in artikel 4.28, derde lid, wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de laatste termijn is genoten.
5. Het voordeel bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip van de verhoging van de overdrachtsprijs. Het negatieve vervreemdingsvoordeel bedoeld in artikel 4.29, tweede lid, wordt in aanmerking genomen op het tijdstip van de verlaging van de overdrachtsprijs.
6. Het in artikel 4.34 bedoelde negatieve vervreemdingsvoordeel in geval van ontbinding van de vennootschap wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid.
7. De vervreemding als bedoeld in artikel 4.16, derde lid, wordt in aanmerking genomen op het tijdstip dat is vermeld in het verzoek, maar niet eerder dan op het tijdstip waarop het verzoek is ontvangen door de inspecteur.
8. Het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, vijfde lid, wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop de onderneming van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, voor rekening en risico van de belastingplichtige wordt voortgezet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Koopman 26 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:463
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5833
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1689
- Rb. Gelderland 2 juni 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:3487
- Hof Amsterdam 12 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX6093
- Rb. 's-Gravenhage 23 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0630
- Rb. Noord-Holland 22 juli 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7070
- Rb. Haarlem 13 februari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW2462
- Rb. Haarlem 1 november 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB8600
- Rb. Gelderland 21 december 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7128
- Rb. Gelderland 22 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6286
- Rb. Den Haag 23 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16862
- Rb. Breda 9 november 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4167
- Rb. Breda 11 november 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5481
- Rb. Arnhem 10 november 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU4012
- Rb. Arnhem 14 juli 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BR1984
- Conclusie A-G Niessen 25 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:176
- Conclusie A-G WATTEL 20 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD5481
- Conclusie A-G WATTEL 20 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD5468
- Conclusie A-G OVERGAAUW 28 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AU0908