Rb. Gelderland 22 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6286

Eiser verzoekt om vaststelling van een verlies uit aanmerkelijk belang omdat de overdrachtsprijs na het tijdstip van de vervreemding is verlaagd (artikel 4.29, tweede lid, van de Wet IB 2001). Volgens eiser is sprake van de betaling van de koopsom in termijnen. Op basis van de akte van verkoop en levering van de aandelen oordeelt de rechtbank dat daarvan geen sprake is, nu voor de koopsom kwijting is verleend en daarvoor een recht als schuldeiser van een geldlening in de plaats is gekomen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat partijen iets anders zijn overeengekomen dan in de akte is vastgelegd. Met het sluiten van de nadere overeenkomst is niet de koopsom verlaagd, maar zijn de leningscondities aangepast. Eiser leidt een verlies als schuldeiser en niet een verlies uit aanmerkelijk belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken