Art. 3.152 Wet IB 2001, Formalisering achterwaartse verliesverrekening
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Verrekening van verlies uit werk en woning met het inkomen uit werk en woning van een voorafgaand kalenderjaar vindt plaats door vermindering van de aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteld welk bedrag aan ondernemingsverlies wordt verrekend.
2. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.
3. Indien over een voorafgaand kalenderjaar geen aanslag is vastgesteld en met het inkomen uit werk en woning van dat jaar een verlies wordt verrekend, nodigt de inspecteur de belastingplichtige alsnog uit tot het doen van aangifte voor dat jaar. Voor de toepassing van artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de belastingplichtige in dat geval geacht uitstel voor het doen van aangifte te hebben verkregen vanaf het einde van het desbetreffende jaar tot het tijdstip van uitnodiging tot het doen van aangifte.
4. Rechtsmiddelen tegen de beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van artikel 3.150.
5. Voorafgaand aan de vermoedelijke vaststelling van de in het eerste lid bedoelde beschikking kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking volgens bij ministeriële regeling te stellen regels een voorlopige verliesverrekening verlenen tot ten hoogste het bedrag waarop de vermindering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige verliesverrekening kan door één of meer voorlopige verliesverrekeningen worden aangevuld.
6. Voorlopige verliesverrekeningen worden verrekend bij de in het eerste lid bedoelde beschikking of, indien een dergelijke beschikking niet wordt vastgesteld, met de aanslag over het jaar waarover het verlies dat tot een voorlopige verliesverrekening heeft geleid, is aangegeven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 2 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1270
- HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:696
- Hof Den Haag 2 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1262
- Conclusie A-G Koopman 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1185
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3301
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1070
- Rb. Den Haag 29 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7699
- Conclusie A-G NIESSEN 9 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2202
- Conclusie A-G WATTEL 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO7489
- Hof 's-Hertogenbosch 28 oktober 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV1520
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4026
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2954
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7344
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 april 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:2166
- Rb. 's-Gravenhage 17 augustus 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR7018
- Rb. 's-Gravenhage 22 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL2329
- Rb. 's-Gravenhage 6 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4438
- Rb. 's-Gravenhage 21 december 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3179
- Rb. Oost-Brabant 11 september 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4192
- Rb. Noord-Holland 12 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:8035