Rb. Noord-Holland 12 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:8035
Eiser heeft in 2015 geen verrekenbare verliezen meer, alle verliezen zijn verdampt. De in december 2015 afgegeven verliesverrekeningsbeschikking waarop een nog te verrekenen verlies staat vermeld, ziet op het jaar 2007. De stelling van eiser dat deze eerder vastgestelde verliezen middels de verliesverrekeningsbeschikking zijn gaan herleven vindt geen steun in de wet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, er is geen sprake van een bewuste standpuntbepaling door verweerder. De omstandigheid dat in de beschikking niet staat vermeld dat de verliezen niet verrekenbaar zijn met aanslagen IB/PVV over de jaren 2015 en verder is onvoldoende om een impliciete standpuntbepaling aan te nemen. Ook de omstandigheid dat de verliesverrekeningsbeschikking, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.152, tweede lid, van de Wet IB 2001, niet gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2007 is gegeven, brengt evenmin met zich dat eiser een gerechtvaardigd beroep kan doen op de indruk van een bewuste standpuntbepaling.
De uitspraak op rechtspraak.nl