Rb. Zeeland-West-Brabant 1 april 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:2166

Inkomstenbelasting / niet (tijdig) afgeven van een verliesbeschikking Art. 1:3, 6:2 en 6:12 van de Awb, 8 en 11 van de AWR en 3.151 en 3.152 Wet IB 2001 Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet (tijdig) afgeven van een verliesbeschikking naar aanleiding van zijn aangifte IB over 2009. Na 2 uitspraken van de rechtbank zonder zitting, welke beide in verzet zijn vernietigd, is de zaak nu wel op zitting behandeld. Het beroep is gegrond. Het verzoek om vergoeding van heffings- dan wel belastingrente is niet-ontvankelijk, omdat dit pas in het kader van de verliesverrekeningsbeschikking aan de orde komt (hierover loopt een afzonderlijke procedure bij de rechtbank). Belanghebbende heeft geen recht op een dwangsom, omdat zowel de aangifte als de ingebrekestelling niet zijn aan te merken als aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken