Art. 15.4 Telecommunicatiewet, Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
1. Onze Minister kan ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift met het toezicht op de naleving waarvan hij ingevolge artikel 15.1 eerste lid, is belast of ingeval van overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift met het toezicht op de naleving waarvan zij het ingevolge artikel 15.1, derde lid, is belast een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000, of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de onderneming.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000, of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming, ter zake van:
a. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 6.2 of 6.3 of hoofdstuk 6a gestelde regels of van de bij de roamingverordening of de netneutraliteitsverordening gestelde regels;
b. overtreding van een op grond van artikel 12.2 genomen besluit, voor zover de overtreding geschiedt door een onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht en een bij of krachtens hoofdstuk 6a gesteld voorschrift betreft.
4. De Autoriteit persoonsgegevens kan ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift met het toezicht op de naleving waarvan het ingevolge artikel 15.1, tweede lid, is belast of ingeval van overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000.
5. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste, tweede, derde of vierde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 27 februari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:129
- CBb 15 juni 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ8708
- CBb 2 juli 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN0534
- CBb 5 juni 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD5277
- Rb. Rotterdam 11 juni 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3950
- Rb. Rotterdam 20 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4935
- CBb 20 juni 2013, ECLI:NL:CBB:2013:6
- CBb 7 december 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU9170
- Rb. Rotterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5422
- Rb. Rotterdam 4 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:810
- Rb. Rotterdam 14 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5213
- Rb. Rotterdam 5 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:7739
- Rb. Rotterdam 24 september 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7808
- Rb. Rotterdam 20 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7139
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8216
- Rb. Rotterdam 24 mei 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW6593
- Rb. Rotterdam 15 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU8365
- Rb. Rotterdam 12 januari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BK8888
- Conclusie A-G Vellinga 27 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6007
- CBb 12 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:583