Art. 37 Mededingingswet, Melding
1. De Autoriteit Consument en Markt deelt binnen vier weken na het ontvangen van een melding mede of voor het tot stand brengen van de concentratie, waarop die melding betrekking heeft, een vergunning is vereist.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan bepalen dat een vergunning is vereist voor een concentratie waarvan zij reden heeft om aan te nemen dat die de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het leven roepen of het versterken van een economische machtspositie.
3. Indien de melding betrekking heeft op een concentratie als bedoeld in artikel 27, tweede lid, waarmee de coördinatie van het concurrentiegedrag van de totstandbrengende ondernemingen wordt beoogd of totstandgebracht, betrekt de Autoriteit Consument en Markt bij haar besluit of een vergunning is vereist, tevens de criteria van artikel 6, eerste en derde lid.
4. De mededeling dat voor het totstandbrengen van de concentratie geen vergunning is vereist, kan onder voorwaarden worden gedaan, indien uit de terzake van de melding verstrekte gegevens en voorstellen zonder meer blijkt dat de in het tweede en derde lid bedoelde gevolgen kunnen worden vermeden indien aan die voorwaarden is voldaan. Voldoen partijen niet of niet tijdig aan de voorwaarden, dan is alsnog een vergunning vereist.
5. Indien niet binnen vier weken toepassing is gegeven aan het eerste lid is voor de concentratie geen vergunning vereist. De in de vorige volzin bedoelde termijn vangt aan met ingang van de eerstvolgende dag na ontvangst van de melding die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de Algemene termijnenwet.
6. Artikel 34, eerste lid, is niet van toepassing op het tot stand brengen van een concentratie na een mededeling dat voor die concentratie geen vergunning is vereist.
7. Van een mededeling van de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Widdershoven 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116
- CBb 11 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:23
- CBb 12 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:411
- CBb 8 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:474
- CBb 6 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:313
- CBb 10 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:799
- Rb. Rotterdam 4 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1766
- CBb 2 juni 2022, ECLI:NL:CBB:2022:289
- Rb. Rotterdam 29 september 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7373
- Rb. Rotterdam 27 februari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1323
- Rb. Rotterdam 18 november 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO4372
- CBb 14 februari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:16
- Rb. Rotterdam 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11743
- Rb. Rotterdam 12 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4010
- Rb. Rotterdam 14 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4679
- Rb. Rotterdam 21 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5486
- Rb. Rotterdam 12 mei 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3476
- Rb. Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2292
- Rb. Rotterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8351
- Rb. Rotterdam 10 mei 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW5475