Rb. Rotterdam 18 november 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO4372
KPN B.V. en Reggefiber B.V. hebben de voorgenomen oprichting van een gemeenschappelijke onderneming (GO), Reggefiber Group B.V., op grond van artikel 34 van de Mededingingswet gemeld aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De GO zal zich gaan richten op de aanleg en exploitatie van glasvezelnetwerken ten behoeve van consumenten in Nederland (Fiber to the Home, FttH). Het geschil ziet op het besluit van verweerder, waarin is besloten dat voor deze concentratie geen vergunning is vereist onder de voorwaarden zoals in het besluit en de daarin opgenomen bijlagen zijn beschreven (hierna ook: remedies). Eisende partijen stellen zich kort gezegd op het standpunt, dat verweerder niet voldoende heeft onderzocht welke mededingingsproblemen zich tengevolge van de concentratie kunnen voordoen, dan wel dat de in het besluit opgenomen remedies die mededingingsproblemen niet of niet volledig wegnemen. De rechtbank stelt onder verwijzing naar de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 27 september 2002, LJN AE8688, het toetsingskader voor onderhavige zaak vast. Vervolgens onderschrijft de rechtbank de door verweerder aan zijn besluit ten grondslag liggende uitgangspunten. Een van deze uitgangspunten betreft de aanname dat het koperen aansluitnetwerk voor telecommunicatiediensten op termijn zal worden vervangen door glasvezel, waardoor de concurrentie op infrastructuur tussen koper en kabel op termijn zal worden vervangen door die tussen glasvezel en kabel, en de aanname van de aanleg van niet meer dan één glasvezelaansluitnetwerk per geografisch gebied. Ten aanzien van de door verweerder verrichte prospectieve analyse oordeelt de rechtbank dat verweerder een deelaspect daarvan onvoldoende heeft gemotiveerd. Het betreft de analyse ten aanzien van de mogelijke markt voor koper en glasvezel, waarbij wordt uitgegaan van de veronderstelling dat Reggefiber B.V. zonder de concentratie zelfstandig in staat zou zijn geweest om een glasvezelnetwerk uit te rollen dat duurzaam concurrentie kan bieden aan het koperen netwerk van KPN. Op de overige aangevochten onderdelen van de prospectieve analyse onderschrijft de rechtbank de door verweerder gemaakte beoordeling. Met betrekking tot het geconstateerde gebrek in de motivering van het bestreden besluit, stelt de rechtbank verweerder onder toepassing van artikel 8:51b, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (door het doen van een tussenuitspraak) in de gelegenheid om dit te herstellen en stelt daarvoor een termijn van zes weken.
De uitspraak op rechtspraak.nl