Art. 28 Wbm, Afvalstoffenbelasting
Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm)
1. Het tarief bedraagt in geval van:
a. het storten van afvalstoffen: € 40,85 per 1.000 kilogram;
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 40,85 per 1.000 kilogram;
c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Omgevingswet gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil;
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 40,85 per 1.000 kilogram.
2. Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming.
3. Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde bij het tweede lid.
4. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het tarief voor het storten van afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven in partijen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit door bij die regeling vast te stellen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen, wordt vastgesteld tot een verlaagd percentage van het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel tot nihil.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G IJzerman 29 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1241
- Rb. 's-Gravenhage 4 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1953
- Rb. Arnhem 24 juni 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2382
- Conclusie A-G VAN HILTEN 2 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ1214
- Conclusie A-G OVERGAAUW 20 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7288
- Conclusie A-G Van den Berge 10 maart 1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA2707
- Hof Den Haag 18 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1643