ABRvS 22 mei 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2844

Rechtbank niet bevoegd inzake beroepen ingevolge de Wet belastingen op milieugrondslag; ABRS in eerste en enige aanleg bevoegd. Mededeling van N.V. Service Centrum Grondreiniging (verder: SCG) aan Central Mudplant and Fluid Services B.V. (verder: CMF) dat een door haar ter beoordeling aangemelde partij is beoordeeld als een partij niet zijnde grond. Rechtbank Haarlem heeft het door CMF ingestelde beroep gegrond verklaard. De afvalstoffenbelasting is ingevoerd bij de Wet belastingen op milieugrondslag (verder: Wbm). Een groot aantal bepalingen is bij de invoering van deze wet overgenomen van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne. Zowel de Wet milieubeheer als de Wbm vormen dan ook voor belangrijke onderdelen een voortzetting van bestaande wetgeving. Per 1 januari 1995 is daarin een ordening aangebracht zodanig dat de fiscale bepalingen zijn opgenomen in de Wbm. Daarnaast zijn nieuwe belastingen in deze wet opgenomen, zoals de afvalstoffenbelasting. Ten behoeve van de toepassing van art. 12 van de Wbm is aan het SCG de beoordeling van partijen grond op al dan niet reinigbaarheid opgedragen. Hierin ligt besloten dat het SCG tevens beoordeelt op milieu-hygiënische gronden of een partij als grond kan worden aangemerkt. Op grond van de toelichting bij het wetsvoorsel Wbm en op grond van de toelichting bij de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000 (Stcrt. 2000, 121) moet worden aangenomen dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om geen afzonderlijke fiscale rechtsgang open te stellen en ook de gang naar de bestuursrechter af te sluiten. De wetgever kan niet hebben gewild dat in het geval van een beroep tegen een besluit op bezwaar met betrekking tot (de weigering van) een verklaring af te geven als bedoeld in art. 12.e Wbm en als bedoeld in art. 2.f.1° van het Besluit stortverbod afvalstoffen verschillende rechters moeten oordelen over deze sterk samenhangende kwesties. De Afdeling acht het in overeenstemming met doel en strekking van de Wbm dat zij bevoegd is met toepassing van art. 20.1, eerste juncto het derde lid, Wet milieubeheer daarover in eerste en enige aanleg oordeelt (redactie: te oordelen). De rechtbank was derhalve niet bevoegd te beslissen op het door CMF bij haar ingestelde beroep. N.V. Service Centrum Grondreiniging te Houten. mrs. J.A.E. van der Does, P.J.J. van Buuren, P.A. Offers Wet belastingen op milieugrondslag 12.a, 17 Wet milieubeheer 20.1.1 Besluit stortverbod afvalstoffen 1.1, 2

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen