Art. 25 Ur AWR, Tijdvak
Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (Ur AWR)
1. Het tijdvak waarover de omzetbelasting, de vliegbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de assurantiebelasting moeten worden betaald, is het kalenderkwartaal of, indien de inspecteur zulks vordert, dan wel de belastingplichtige over een kalendermaand aangifte doet, de kalendermaand.
2. Ten aanzien van de belastingplichtige met een boekjaar van twaalf maanden dat niet samenvalt met het kalenderjaar, treden de boekjaarkwartalen en de boekjaarmaanden in de plaats van de kalenderkwartalen, onderscheidenlijk de kalendermaanden.
3. In bijzondere gevallen kan de inspecteur een ander tijdvak dan een kwartaal of een maand aanwijzen als tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde belastingen moeten worden betaald.
4. Het tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde belastingen moeten worden betaald, wordt ten aanzien van degene die op enig tijdstip - anders dan tijdelijk - ophoudt belastingplichtige te zijn, vervangen door het op dat tijdstip verstreken gedeelte van dat tijdvak.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL2153
- Rb. Noord-Nederland 22 december 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:6244
- Rb. Gelderland 11 april 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1623
- Hof Leeuwarden 14 december 2001, ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7303
- Conclusie A-G IJzerman 22 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:966
- Hof 's-Hertogenbosch 25 augustus 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU2653
- Hof 's-Hertogenbosch 30 mei 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU1643
- Hof Leeuwarden 1 oktober 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3447
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10941