Hof 's-Hertogenbosch 25 augustus 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU2653
3.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: I. Dient ingevolge artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) het beroep in beginsel afgewezen te worden en rust op de belanghebbende de bewijslast te doen blijken dat en in hoeverre de uitspraken onjuist zijn? II. Indien vraag I bevestigend moet worden beantwoord: Heeft de belanghebbende voldaan aan de op hem rustende bewijslast te doen blijken - dat wil zeggen overtuigend aangetoond - dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslag onjuist is? III. Indien vraag I bevestigend en vraag II ontkennend moeten worden beantwoord: Had de Inspecteur in redelijkheid een lagere naheffingsaanslag moeten opleggen dan hij heeft gedaan?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6 AWR
- Artikel 8 AWR
- Artikel 19 AWR
- Artikel 25 AWR
- Artikel 27e AWR
- Artikel 47 AWR
- Artikel 67b AWR
- Artikel 67c AWR
- Artikel 7 Wet OB
- Artikel 14 Wet OB
- Artikel 25 Wet OB
- Artikel 37 Wet OB
- Artikel 6:10 Awb
- Artikel 8:45 Awb
- Artikel 8:64 Awb
- Artikel 8:68 Awb
- Artikel 8:73 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 1 BPB