Art. 21c Ur AWR, Het doen van aangifte en melding
Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (Ur AWR)
1. Het verzoek, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt gedaan binnen drie jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.
2. Het verzoek, bedoeld in artikel 10a van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt door natuurlijke personen gedaan binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld en door lichamen binnen drie jaren na afloop van het boekjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.
3. Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts eenmaal per kalenderjaar of boekjaar na afloop van dat kalenderjaar, onderscheidenlijk boekjaar, gedaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 12 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4323
- HR 13 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1527
- HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1800
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1974
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8813
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8812
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8808
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8805
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4785
- Rb. Breda 3 maart 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8594
- Conclusie A-G WATTEL 12 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1916
- Conclusie A-G WATTEL 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1527
- Hof Amsterdam 24 mei 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6483