Rb. Gelderland 11 april 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1623
Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en naheffingsaanslag omzetbelasting. Vergrijpboetes. Bij boekenonderzoek zijn bij een derde facturen aangetroffen die afkomstig zouden zijn van eiseres. De desbetreffende omzet is niet geboekt en de hierin begrepen omzetbelasting niet aangegeven en voldaan. Voor de Vpb heeft eiseres geen aangifte gedaan, terwijl ook los van deze facturen enige omzet is genoten (€ 790). Eiseres stelt dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast voor het geheel niet gerechtvaardigd en disproportioneel is. De rechtbank volgt die redenering niet, omdat het in het geheel niet doen van aangifte een gebrek van zodanig gewicht is dat er geen aanleiding is de sanctie achterwege te laten. Voor de OB komt de rechtbank tot omkering in drie kwartalen, op basis van de ontvangsten van bedragen die overeenstemmen met de bedragen op de aangetroffen facturen. De stelling van eiseres dat haar bestuurder een arbeidsovereenkomst met de derde had, is niet aannemelijk. De stellingen van de inspecteur zijn daarmee onvoldoende betwist. Voor zowel de Vpb als de OB is sprake van een redelijke schating. De inspecteur heeft voor de Vpb een boete opgelegd op grond van grove schuld en voor de OB op grond van opzet. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van opzet, omdat eiseres wist dat zij onjuiste aangiften OB en ten onrechte geen aangifte Vpb deed. Opzet sluit grove schuld uit. Daarom moet de boete voor de Vpb worden vernietigd. De boete voor de OB wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1083
- HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1129
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- Hof Arnhem 11 januari 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BP1626
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- HR 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9676
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006