Art. 8:36a Awb, Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Dit artikel is in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
1. Beroep wordt langs elektronische weg ingesteld.
2. Partijen en andere betrokkenen dienen ook de overige stukken langs elektronische weg in, tenzij de bestuursrechter anders bepaalt. Artikel 6:9 is van overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het indienen van verzoeken en het doen van verzet.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan een bezwaarschrift doorzendt op grond van artikel 7:1a, vijfde of zesde lid.
5. Indien niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste tot en met derde lid of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 8:36f, eerste lid, stelt de bestuursrechter de desbetreffende partij of andere betrokkene in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door hem te bepalen termijn. Maakt de partij of andere betrokkene van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard dan wel kan de bestuursrechter het stuk buiten beschouwing laten.
6. In afwijking van het vijfde lid kan de bestuursrechter bepalen dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor stukkenwisseling op papier.
7. De bestuursrechter betrekt na afloop van de termijn ingediende stukken als bedoeld in het tweede lid bij zijn beslissing indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G IJzerman 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1051
- Conclusie A-G IJzerman 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081
- ABRvS 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:999
- Conclusie A-G IJzerman 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1008
- HR 25 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:324
- Conclusie A-G Koopman 22 augustus 2025, ECLI:NL:PHR:2025:858
- HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1176
- HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:913
- HR 17 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1331
- ABRvS 16 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:309
- ABRvS 5 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1896
- ABRvS 20 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1319
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 januari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:126
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 oktober 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5206
- Rb. Den Haag 6 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11850
- Rb. Den Haag 20 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:16725
- Rb. Den Haag 3 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:12722
- Rb. Den Haag 5 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11440
- Conclusie A-G Valk 7 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1208
- Conclusie A-G Valk 7 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1207