Rb. Den Haag 5 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11440

KEI, te late indiening gronden KEI; Bahaddar De rechtbank stelt vast dat de gronden van beroep niet uiterlijk op 9 augustus 2017 in het digitale systeem van de rechtbank zijn ontvangen. Zoals blijkt uit de registratie van het digitale systeem zijn de gronden van beroep eerst op 11 augustus 2017 ontvangen door de rechtbank. Uit de verkregen informatie van het RSC blijkt eenduidig dat – anders dan eiseres heeft gesteld – het digitale systeem wel in een ontvangstregistratie voorziet na indiening van de gronden. De door eiseres overgelegde schermafdruk kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een dergelijke ontvangstbevestiging. Nu de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal hiertoe echter niet overgaan. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan in uitzonderlijke omstandigheden, als bedoeld in overweging 45 van het arrest Bahaddar, noodzaak bestaan om de in het nationale recht neergelegde procedureregels niet tegen te werpen. De rechtbank is van oordeel dat niet zonder nader onderzoek of motivering door verweerder op deugdelijke wijze kan worden beoordeeld of sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden als bedoeld in Bahaddar. Gelet hierop wordt het beroep gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken