Rb. Den Haag 3 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:12722

Op grond van artikel 8:36a van de Awb moet het beroep tegen de oplegging van de maatregel van bewaring langs elektronische weg worden ingesteld. Deze verplichting geldt niet voor natuurlijke personen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat beroepschrift door de gemachtigde en in die hoedanigheid is ingediend. De redenen daarvoor zijn dat de gemachtigde heeft aangegeven eiser direct voor het indienen van het beroepschrift te hebben bijgestaan en ook weer na het indienen daarvan. De gemachtigde treedt ook ter zitting voor eiser op. Verder heeft de gemachtigde aangegeven dat eiser gebruik heeft gemaakt van een door de gemachtigde geconcipieerd en verstrekt beroepschrift. Voorts is het beroepschrift voor eiser ingediend middels het faxapparaat van de gemachtigde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen