Art. 3:286 BW, Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. De door een appartementseigenaar of een vruchtgebruiker van een appartementsrecht aan de gezamenlijke appartementseigenaars of de vereniging van eigenaars verschuldigde, in het lopende of het voorafgaande kalenderjaar opeisbaar geworden bijdragen zijn bevoorrecht op het appartementsrecht.
2. In geval van bearbeiding van een gebouw dat in appartementen is verdeeld, rust het voorrecht van artikel 285 op ieder appartement voor het bedrag, waarvoor de eigenaar van dat appartement aansprakelijk is.
3. Bij samenloop van het voorrecht van het eerste lid en dat van artikel 285 heeft het laatstgenoemde voorrang.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1673
- Hof Amsterdam 26 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:948
- Rb. Den Haag 1 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13452
- Rb. Breda 14 juli 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5590
- Rb. Amsterdam 22 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2339
- Rb. Almelo 24 februari 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BL8498
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 12 december 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:313
- Hof 's-Hertogenbosch 18 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1689
- Hof 's-Hertogenbosch 26 januari 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ6639