Rb. Den Haag 1 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13452
Curator heeft na faillissement o.g.v. 58 Fw een termijn van zes maanden aan de bank (hypotheekhouder) gesteld om de woning te verkopen. Bank verkoopt onderhands onder opschortende voorwaarde van toestemming voorzieningenrechter (3:268 lid 2 BW). Het verzoek tot toestemming is vóór het verstrijken van de gestelde termijn van zes maanden ingediend, maar de voorzieningenrechter verleent pas na het verstrijken van de termijn toestemming. Curator eist op o.g.v. 58 lid 1 Fw. Hiermee maakt hij misbruik van bevoegdheid (3:13 BW).
De uitspraak op rechtspraak.nl