Art. 3:262 BW, Recht van hypotheek
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. Bij een notariële akte die in de registers wordt ingeschreven, kan worden bepaald dat een hypotheek ten aanzien van een of meer hypotheken op hetzelfde goed een hogere rang heeft dan haar volgens het tijdstip van haar inschrijving toekomt, mits uit de akte blijkt dat de gerechtigden tot die andere hypotheek of hypotheken daarin toestemmen.
2. Met overeenkomstige toepassing van het eerste lid kan ook worden bepaald dat een hypotheek en een ander beperkt recht ten aanzien van elkaar worden geacht in andere volgorde te zijn ontstaan dan is geschied.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7473
- CBb 31 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:43
- HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524
- Rb. Rotterdam 3 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1561
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884
- Rb. Overijssel 27 september 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5034
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 5 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN7655
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 18 november 2008, ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH6232
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8109