Rb. Rotterdam 3 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1561

Wet handhaving consumentenbescherming. Deelneming in vastgoedondernemingen. Uitgifte van obligaties. De AFM heeft een last opgelegd wegens onjuiste of misleidende informatie aan investeerders en misleidende omissies. Negatieve kasstromen. Omkering bewijslast inzake deelneming. De deelneming had in de jaarrekeningen tegen de nettovermogenswaarde moeten worden gewaardeerd en niet tegen de reële marktwaarde. Met betrekking tot de gestelde omissies is er deels sprake van een doublure met de overige verwijten en ontbreekt op één onderdeel bewijs. Voor het overige zijn de overtredingen aannemelijk gemaakt. De opschorting door AFM van de begunstigingstermijn hangende beroep en de stelling van eiseressen dat hangende beroep alle ingelegde gelden plus rente zijn terugbetaald aan de obligatiehouders werpt de vraag op of de rechtbank ex nunc dient te oordelen of de last nog opportuun is. De rechtbank laat dit in het midden omdat bewijs ontbreekt dat de obligatiehouders geen (enkele) schade hebben geleden. Omdat de last grotendeels stand houdt blijft ook het publicatiebesluit grotendeels in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken