Rb. Overijssel 27 september 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5034

Eiser en gedaagden hebben een geldleningsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is opgesteld door de financieel adviseur van gedaagden, die werkt bij De Twentse. In de overeenkomst is opgenomen dat eiser een bedrag aan gedaagden uitleent en dat gedaagden een tweede hypotheekrecht op hun woning zullen geven. Dat is echter niet gebeurd. Voordat voor eiser een tweede hypotheekrecht op de woning van gedaagde 1 is gevestigd, heeft De Twentse dat voor haarzelf laten doen. Eiser stelt dat gedaagden hun verplichtingen niet zijn nagekomen en dat De Twentse onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld door te profiteren van de wanprestatie van gedaagden. Zij vordert medewerking van De Twentse en gedaagden aan het alsnog vestigen van een tweede hypotheekrecht voor haar en het wijzigen van het tweede hypotheekrecht van De Twentse naar een derde hypotheekrecht. De Twentse voert verweer. Gedaagden voeren geen inhoudelijk verweer. Partijen zijn het erover eens dat gedaagden hun verplichting om een tweede hypotheekrecht voor eiser te vestigen, niet zijn nagekomen. Er is dus sprake van wanprestatie. De voorzieningenrechter overweegt dat alleen het profiteren van andermans wanprestatie nog geen onrechtmatige daad oplevert. Hij oordeelt echter dat voldoende aannemelijk is dat in dit geval sprake is van bijkomende omstandigheden die het handelen van De Twentse onrechtmatig maken. De vorderingen van eiser worden daarom toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken